EducatieHet boek van Kennis
3. Het boek van kennis
Hoofdstuk: De verdienste van kennis
54. Overgeleverd van Abu Hurairah is dat hij heeft gezegd: 'Terwijl de Profeet ﷺ zich eens in een bijeenkomst bevond, waarin hij de aanwezigen toesprak, kwam er een bedoeïen bij hem en vroeg: "Wanneer zal het Uur aanbreken?" De Boodschapper van Allaah ﷺ ging echter door met zijn toespraak, waardoor sommigen van de aanwezigen zeiden: 'Hij heeft zijn vraag gehoord, maar keert hem af.' Anderen zeiden: 'Nee, hij heeft hem niet gehoord.' Toen hij klaar was met zijn toespraak vroeg hij: "Waar is ie die de vraag stelde over het Uur?" Hij antwoordde: 'O Boodschapper van Allaah, hier ben ik.' Hij zei: "Als het vertrouwen wordt verwaarloosd, wacht dan het Uur af!" Hij vroeg: 'Hoe wordt het dan verwaarloosd?' Hij antwoordde: "Als zaken worden toevertrouwd aan mensen die daar niet geschikt voor zijn, wacht dan het Uur af."'
Hoofdstuk: Wie zijn stem verheft om kennis te verkondigen
55. Overgeleverd van 'Abdullaah Ibn 'Amr is dat hij heeft gezegd: 'De Profeet ﷺ maakte achter op ons tijdens een reis die wij ondernamen. Hij haalde ons in, terwijl de gebedstijd bijna voorbij was. Wij waren bezig met woedoe' en begonnen onze voeten te wassen. Hij riep toen zo hard als hij kon: "O wee de hielen voor het vuur." Hij herhaalde dit twee of drie keer.'
Hoofdstuk: Dat de imaam een kwestie aan zijn toehoorders voorlegt om hun kennis te testen
56. Overgeleverd van 'Abdullaah Ibn Omar رضي الله عنهما is dat de Boodschapper صلى الله عليه وسلم vroeg: "Er is een boom waarvan de bladeren niet uitvallen en die lijkt op een moslim. Vertel mij welke boom dit is?" Ibn 'Omar zei: 'De mensen begonnen bomen uit de woestijn op te noemen. In mijn gedachten kwam op dat het de palmboom is, maar ik schaamde mij. Hierop vroegen zij: 'O Boodschapper van Allaah, vertel ons welke boom het is.' Hij antwoordde: "Het is de palmboom."'
Hoofdstuk: Zaken voorlezen of voordragen aan een spreker
57. Overgeleverd van Anas Ibn Maalik رضي الله عنه is dat hij heeft gezegd: 'Terwijl wij een keer bij de Profeet صلى الله عليه وسلم zaten in de moskee, kwam er een man op een kameel binnen. Hij liet zijn kameel knielen in de moskee en bond zijn poot vast. Vervolgens zei hij tegen hen: 'Wie van jullie is Mohammad,' terwijl de Profeet صلى الله عليه وسلم tussen hen leunde. Wij antwoordden: 'Deze witte, leunende man.' De man zei tegen hem: 'O zoon van 'Abdul-Muttalib.' De Profeet صلى الله عليه وسلم zei tegen hem: "Ik beantwoord jouw vraag. Ik ga wat vragen stellen en zal hard tegen je zijn. Wordt echter niet boos op mij." Hij zei: "Vraag wat je wilt." Hij zei toen: "Ik vraag je bij Allaah, heeft Allaah u naar alle mensen gezonden?" Hij antwoordde: "Bij Allaah, ja!" Hij zei: "Ik vraag u bij Allaah, heeft Allaah u bevolen dat wij de vijf gebeden tijdens de dag en de nacht verrichten?" Hij antwoordde: "Bij Allaah, ja." Hij zei: "Ik vraag u bij Allaah, heeft Allaah u bevolen dat wij deze maand [ramadhaan] van het jaar vasten?" Hij antwoordde: "Bij Allaah, ja!" Hij zei: "Ik vraag u bij Allaah, heeft Allaah u bevolen om deze aalmoezen [zakaat] aan onze rijken te nemen om deze zo verder over onze armen?" Hij antwoordde: "Bij Allaah, ja." Hierop zei de man: "Ik geloof in datgene waarmee u bent gekomen. Ik ben de boodschapper gezonden door mijn volk dat achtergebleven is. Ik ben Dhimaam ibn Khaashibah, van de stam van Banu Sa'd ibn Bakr.'.
58. Overgeleverd van 'Abdellaah ibn 'Abbaas رضي الله عنهما is dat de Boodschapper van Allaah صلى الله عليه و سلم een man met een brief heenzond. Hij droeg hem op om deze te geven aan de leider van Bahrein. De leider van Bahrein stuurde hem door naar Khosrau. Nadat Khosrau de brief had gelezen, verscheurde hij hem. Daarom deed de Boodschapper van Allaah ﷺ een aanroeping tegen hen op - dat zij verscheurd mochten worden tot snippers.
59. Overgeleverd van Anas Ibn Maalik ﷺ is dat hij heeft gezegd: 'De Profeet ﷺ schreef een brief of was van plan een brief te schrijven. Men zei hem dat zij echter alleen een brief lazen als deze verzegeld was. Daarom nam hij een zilveren ring, met daarin gegraveerd 'Mohammad, de Boodschapper van Allaah.' Het is alsof ik nu nog kijk naar zijn heldere kleur aan zijn hand.'
60. Overgeleverd van Abu Waaqid Al-Laythie is dat de Boodschapper van Allaah ﷺ eens in de moskee zat met mensen om zich heen. Er kwamen drie personen aan. Twee van hen kwamen naar de Boodschapper van Allaah ﷺ en één van hen vertrok. Zij stonden dus bij de Boodschapper van Allaah ﷺ. Eén van hen zag een leeg plekje in de kring en ging daar zitten. De andere ging achter hen zitten, terwijl de derde rechtsomkeert maakte. Toen de Boodschapper van Allaah ﷺ klaar was, zei hij: "Zal ik jullie iets vertellen over de drie personen? Eén van hen zocht opvang bij Allaah en Allaah ving hem op. De andere schaamde zich en Allaah schaamde Zich voor hem. En de laatste wendde zich af en Allaah wendde Zich van hem af."
Hoofdstuk: De uitspraak van de Profeet ﷺ: "Het kan zo zijn dat iemand die nieuws ontvangt het beter zal bevatten dan iemand die het heeft gehoord."
61. Overgeleverd van Abu Bakrah ﷺ is dat hij heeft gezegd: 'De Profeet ﷺ zat op zijn kameel en iemand hield zijn teugels vast. Hij ﷺ zei: "Welke dag is dit?" Wij zwegen totdat wij dachten dat hij hem een andere naam zou geven. Hij zei: "Is het niet de dag van het slachten?" Wij antwoordden: 'Ja.' Hij vroeg: "Welke maand is dit?" Wij zwegen totdat wij dachten dat hij hem een andere naam zou geven. Hij zei: "Is het niet Dhul-Hidjah?" Wij antwoordden: 'Ja.' Hij zei: "Jullie bloed, jullie eigendommen en jullie eer zijn verboden, net zoals het verbod van deze [gewijde] dag van jullie, in deze maand van jullie, in dit land van jullie. Laat de aanwezige de afwezige op de hoogte brengen. Het kan immers zo zijn dat de aanwezige het aan iemand overbrengt die het beter zal bevatten dan hij."
62. Overgeleverd van 'Abdullaah Ibn Mas'ood ﷺ is dat hij heeft gezegd: 'De Profeet ﷺ hield rekening met ons door ons slechts op bepaalde dagen te vermanen, uit angst dat wij er genoeg van zouden krijgen.'
63. Overgeleverd van Anas Ibn Maalik ﷺ is dat de Profeet ﷺ heeft gezegd: 'Maak het makkelijk en maak het niet moeilijk. Verblijd en verjaag niet.'
Hoofdstuk: Degene met wie Allaah het goede wenst, schenkt Hij begrip in de religie
64. Overgeleverd van Mu'aawiyah ﷺ is dat hij de Profeet ﷺ horen zeggen: 'Degene met wie Allaah het goede wenst, schenkt Hij begrip in de religie. Ik ben slechts verdeler en Allaah geeft. Deze natie zal gehoorzaam blijven aan het bevel van Allaah. Wie tegenstrijdig is aan hen zal hen niet schaden, totdat het Bevel van Allaah komt.'
Hoofdstuk: Begrip van kennis
65. Overgeleverd van 'Abdullaah Ibn 'Omar رضي الله عنهما is dat hij heeft gezegd: 'We waren bij de Profeet ﷺ toen men hem een palmhart bracht. Hij zei toen: 'Er is een boom onder de bomen waarvan de gelijkenis gelijk is aan de moslim.' Ik wilde zeggen dat het de palmboom is, maar omdat ik de jongste was, zweeg ik. De Profeet ﷺ zei: 'Het is de palmboom'.'
66. Overgeleverd van Ibn Mas'ood ﷺ is dat hij heeft gezegd: 'Ik heb de Profeet ﷺ horen zeggen: 'Benijden is alleen [toegestaan] in twee [karaktereigenschappen]: een man aan wie Allaah rijkdom heeft geschonken, die hij volledig heeft aangewend ten dienste van de waarheid. En een man aan wie Allaah wijsheid heeft geschonken, waarmee hij oordeelt [tussen de mensen] en die hij de mensen leert'.'
Hoofdstuk: De uitspraak van de Profeet ﷺ: "O Allaah, onderwijs hem het Boek."
Lees meer →